Het jonge kind in het basisonderwijs

Het onderwijs aan het jonge kind blijft in beweging. De minister geeft vrijheid maar stelt kaders. Vrijheid door op basis van visie op onderwijs je werkwijze te onderbouwen en beargumenteren. Kaders zoals gesteld binnen het waarderingskader 2005 en het toezichtkader PO / VO. Wij zijn van mening dat het onderwijs aan kinderen in groep 1 en 2 een speciale positie inneemt binnen de school. Dit niet alleen omdat de manier waarop je met jonge kinderen werkt anders is georganiseerd, maar ook doordat kinderen zich op deze leeftijd sprongsgewijs ontwikkelen.

Werken met jonge kinderen is fascinerend en intensief. Wat je als leerkracht doet, hoe je het leerstofaanbod samenstelt, hoe je de ontwikkeling van kinderen volgt, hoe je kinderen begeleidt die extra aandacht of uitdaging nodig hebben staat vaak grotendeels beschreven in de gebruikte methode of het beredeneerd aanbod van de school. Beide manieren van werken vragen geregeld om bijstelling. Bijstelling bijvoorbeeld op effectiviteit en werkbaarheid, nieuwe onderwijskundige ontwikkelingen, indicatoren en kwaliteitseisen vanuit de inspectie.

Opbrengstgericht spelen

Het jonge kind heeft verschillende spelsituaties nodig om in de volle breedte tot ontwikkeling te komen. Uit de praktijk blijkt dat leerkrachten van het jonge kind soms de functie van spel bij het leren onderschatten en het schoolse leren overschatten. In onze ogen gaan opbrengstgericht werken (het schoolse leren) en spelen gaan prima samen; als je spel inzet als leidende activiteit, dan liggen de opbrengsten voor het oprapen.

In gesprek

Wij denken graag met je mee om jonge kinderen maximale kansen te geven voor hun ontwikkeling. Bel of mail Barbara Kroeze voor een vrijblijvende afspraak!

Gelieve dit veld leeg te laten.