Werken aan woordenschat

Werken aan woordenschat

Kinderen gebruiken elke dag woorden om de werkelijkheid te begrijpen en om teksten te kunnen lezen. Woorden zijn de bouwstenen van onze taal. Als jonge kinderen in groep 1 van de basisschool binnenkomen, verschillen ze nogal in de omvang van hun woordenschat. De ene leerling zal over 500 Nederlandse woorden beschikken, terwijl er ook leerlingen zijn met 3000 woorden. Inzetten op woordenschatonderwijs op je school zorgt er voor dat alle kinderen beschikken over een voldoende woordenschat, door intensivering en een systematische aanpak. Woordkennis is een voorwaarde om teksten te kunnen begrijpen en daardoor ook een voorwaarde voor schoolsucces.

Je gegevens worden alleen gebruikt om je inzending te behandelen. Deze website wordt beschermd door reCAPTCHA. Het privacybeleid en de voorwaarden van Google zijn van toepassing.

Praktisch aan de slag

De volgende vragen komen tijdens het traject aan bod:

  • Hoe realiseer ik een doorgaande lijn woordenschatontwikkeling groep 1-8?
  • Welke type woorden kies ik?
  • Hoe integreer ik woordenschatontwikkeling met de vakgebieden?
  • Hoeveel tijd besteed ik aan woordenschatontwikkeling?
  • Hoe geef ik instructie op nieuwe woorden?
  • Welke verhouding pas ik toe als het gaat om instructie door mij als leerkracht en het zelf ontdekken van de betekenis door de leerlingen?
  • Wat zijn effectieve middelen om mijn klas in te richten als een rijke leeromgeving als het gaat om woordenschat?
  • Hoe controleer ik of mijn leerlingen de woorden kennen en hoe verhoudt zich dat tot Cito Woordenschattoets?

Inhoud

Een traject woordenschatontwikkeling kan de volgende onderdelen bevatten:

  1. Een ronde klassenconsultaties, om de beginsituatie vast te stellen en daarna om te kijken en te evalueren hoe het geleerde uit de bijeenkomst in de praktijk is gebracht;
  2. Een regie-overleg met de directeur, interne begeleider en leescoördinator om af te stemmen wat er in de bijeenkomst aan de orde moet komen, zodat de leerkrachten worden geprofessionaliseerd op datgene wat nog verbeterd kan worden;
  3. Een bijeenkomst, waar leerkrachten praktische handvatten krijgen, gekoppeld aan de nieuwste wetenschappelijke theorie over effectief woordenschatonderwijs.

Wat is er mogelijk

Stappen 1 tot en met 3 kunnen over een schooljaar één of meerdere keren worden herhaald, afhankelijk van de behoefte van de school. Bijvoorbeeld aan het begin van het schooljaar in augustus/september, een tweede ronde na de midden-toetsen eind februari en een derde ronde aan het einde van het schooljaar in juni/juli, na de eindtoetsen.

Daarnaast worden er modeldemonstraties gegeven van een effectieve woordenschatles, gekoppeld aan de aanpak van jullie school. Ook kan er een ronde gemaakt worden met een digitale camera om foto’s te maken van een rijke leeromgeving woordenschat, zodat leerkrachten geïnspireerd raken over mooie en effectieve voorbeelden van collega’s.

Het traject Werken aan woordenschat kan afgestemd worden op de leerkrachten van groep 1-8.

Meer informatie

Heb je vragen over deze scholing? Neem dan gerust contact op met Lidy Ahlers.