Formatief evalueren: meten om van te leren, niet voor het presteren!

Formatief evalueren: meten om van te leren, niet voor het presteren!

Geplaatst op 15 april 2019

In het voortgezet onderwijs wordt veel getoetst. De leerling haalt een voldoende of onvoldoende. En dan “op naar het volgende onderwerp en de volgende toets”. Een goed (aanvullend) alternatief is formatief evalueren: evalueren om van te leren!

Van feitjes stampen naar diepgaand leren

Stel je voor: komende week hebben de leerlingen een kennistoets. Het is vast herkenbaar dat de jongens het lesboek nog eens doorlezen en de meisjes de kernbegrippen onderstrepen of samenvattingen maken. Je biedt als docent eventueel nog oefentoetsen aan. Maar leidt dit tot echt begrip van de stof? Het antwoord is: “Nee, omdat de leerlingen geen effectieve leerstrategieën gebruiken”. Uit onderzoek blijkt dat het effectiever is om leerlingen zelf vragen te laten bedenken over de leerstof en de juiste antwoorden bij te laten zoeken (Wiliam D & Leahy S, 2018).

Diepgaande vragen

Leerlingen zelf zomaar vragen laten maken over de leerstof leidt niet direct tot diepgaande, complexe vragen waarbij leerlingen de stof echt hebben moeten doorgronden. Vaak blijven leerlingen steken in eenvoudige lagere orde vragen bijvoorbeeld: wanneer begon de tweede wereld oorlog? Of: wat is het scheikundige symbool voor water? Of: is het ‘le’ of ‘la’ cheval?

Een eenvoudige manier om leerlingen hierbij te helpen is onderstaande werkvorm. Het voordeel is dat leerlingen bij het maken van de vragen ook gelijk meer moeten dan feitjes opsommen. Om de vragen te maken moeten ze ook meer gaan nadenken over verschillen en overeenkomsten. Er worden verbanden gelegd tussen begrippen, processen en theorieën. Het resultaat – de leerlingen gaan de stof bestuderen op een hoger niveau. Of zoals Paul Kirschner aangeeft: “Het beter werkt wanneer leerlingen zelf het antwoord bedenken dat dat ze antwoorden herkennen”.

Zelf vragen maken

Een werkvorm voor voor meer diepgaand leren van kennis.

  1. Maak minimaal drie uitdagende vragen (+ antwoordmodel) voor een klasgenoot (25 minuten). Gebruik de volgende zinnen:
    1. Waarin verschilt…….. van………….?
    2. Leg uit hoe het komt dat………?
    3. Wat zou er gebeuren als……….?
    4. Op welk gebied zijn…….. en ….. hetzelfde?
    5. Welke invloed heeft….. op……?
  2. Wissel de vragen uit met je klasgenoot die naast je zit;
  3. Beantwoord de vragen die je gekregen hebt en geef deze terug;
  4. Kijk de antwoorden na en geeft schriftelijk commentaar;
  5. Bespreek en bediscussieer samen de antwoorden.

Meer informatie

Wil je meer informatie over formatief evalueren? Wij gaan graag met je in gesprek. Neem contact op met Nynke Wahle of Manon Dijkhuizen.

Bron theorie: Wiliam, D. & S. Leahy (2018). Formatieve assessment: integreren in de praktijk. Rotterdam, Nederland: Bazalt.